'De regionale accountant, ook voor non-profit organisaties'

Samenwerking in de gezondheidszorg en vrijstelling omzetbelasting

mr. J.S. (Hans) Wiersma FB

 

Overheid en ziektekostenverzekeraars stimuleren samenwerking in de gezondheidszorg. Zo wordt de zorg steeds vaker in ketens georganiseerd. Uitgangspunt is dat er niet langer betaald wordt per verrichting, maar voor de complete behandeling. Ook ontstaan er steeds meer samenwerkingvormen van zorgverleners waarbij gezamenlijk gebruik wordt gemaakt van infrastructuur. De vrijstellingen omzetbelasting zijn echter niet aan deze ontwikkelingen aangepast.

 

Ketenzorg is het samenhangend geheel van zorginspanningen dat door verschillende zorgaanbieders onder een herkenbare regiefunctie wordt geleverd. Er wordt een sluitende keten gevormd van diagnostiek, behandeling en begeleiding, maar ook van preventie, vroeg opsporen en zelfmanagement. De vergoeding geschiedt in de vorm van een keten-DBC (Diagnose Behandel Combinatie).

Daarnaast trekken zorgverleners steeds vaker samen op, zowel op personeel als materieel gebied. Een voorbeeld is de samenwerking van huisartsen in een HOED (Huisartsen Onder Een Dak).

Vrijstellingen omzetbelasting

In de Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968 zijn, voor zover hier van belang, de volgende vrijstellingen met betrekking tot medische zorg opgenomen:

- diensten door gekwalificeerde (para)medici;

- diensten door samenwerkingsverbanden in de medische zorg aan hun leden (koepelvrijstelling).

Helaas is de regelgeving op het gebied van de omzetbelasting, vrijstellingen voor medische zorg, niet aangepast aan de huidige ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Zo kunnen er knelpunten met betrekking tot de btw ontstaan bij de ketenzorg en bij samenwerkingsverbanden van (para)medici.

Knelpunten bij ketenzorg

Alleen diensten door gekwalificeerde (para)medici zijn vrijgesteld. Bij de te verlenen ketenzorg wordt echter vaak samengewerkt tussen zorgverleners die wel en zorgverleners die niet gebruik kunnen maken van de medische vrijstelling. Gevolg daarvan kan zijn dat een deel van de DBC-vergoeding in de heffing van omzetbelasting dient te worden betrokken. Als binnen de ketenzorg zorg wordt verleend onder eindverantwoordelijkheid van een wél vrijgestelde (para)medicus, is het verdedigbaar dat de gehele zorg onder de medische vrijstelling zou moeten vallen. Om naheffingen omzetbelasting te voorkomen is het aan te raden hierover vooroverleg met de belastingdienst te voeren.

Knelpunten bij samenwerkingsverbanden

In de gezondheidszorg bestaan veel vormen van samenwerkingsverbanden, zoals diverse vormen van (kosten)maatschappen of de hierboven genoemde samenwerking van huisartsen in een HOED. Veelal stelt het samenwerkingsverband personeel, zoals doktersassistenten, aan de deelnemers ter beschikking. Hierop is de koepelvrijstelling echter niet van toepassing, vanwege mogelijke concurrentieverstoring.

De belastingdienst kijkt kritisch naar samenwerkingsverbanden in de gezondheidszorg, vooral naar de terbeschikkingstelling van personeel. In het verleden werden voor het btw-vrij ter beschikking stellen van personeel vaak zogenaamde kostenmaatschappen opgericht. Recent heeft de belastingdienst, na interne afstemming met het ministerie van Financiën, het standpunt ingenomen dat bij de terbeschikkingstelling van personeel door zogenaamde kostenmaatschappen, de door de maat aan de maatschap betaalde vergoeding in de heffing van omzetbelasting moet worden betrokken.

Mogelijkheden beperkt

De mogelijkheden om heffing van omzetbelasting bij het ter beschikking stellen van personeel door samenwerkingsverbanden in de gezondheidszorg te voorkomen zijn beperkt tot:

- een vrijstelling voor de structurele terbeschikkingstelling van personeel op basis van een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën;

- een regeling om personeelskosten door middel van een kostenverdelingsovereenkomst zonder btw over de deelnemers te verdelen op basis van het in de jurisprudentie ontwikkelde leerstuk van kosten voor gemene rekening.

Naheffing voorkomen

Voor beide regelingen geldt dat alleen de kosten (zonder winstopslag) van het ter beschikking gestelde personeel mogen worden doorberekend. Daarnaast kennen beide regelingen een aantal specifieke voorwaarden, waardoor het niet altijd mogelijk zal zijn om de terbeschikkingstelling van personeel buiten de btw te houden. Om naheffing van omzetbelasting te voorkomen adviseer ik samenwerkingsverbanden in de gezondheidszorg die personeel ter beschikking stellen nog eens te (laten) toetsen of zij aan de voorwaarden voor een btw-vrije terbeschikkingstelling van personeel voldoen.

Hans Wiersma is werkzaam bij de Jong & Laan. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u bij hem terecht. Maar ook zijn collega's bij een van de andere bij Het Regionaal Alternatief aangesloten kantoren helpen u graag verder.

maart 2011


 [TV1]check

« terug naar het overzicht