Inleiding
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft voor aanzienlijke onrust bij gemeenten gezorgd. Na een oorspronkelijke invoering per 1 januari 2006 is de invoering van de Wmo in het meest recente voorstel van wet gepland per 1 juli 2006. De basis van de Wmo is gelegd in onder meer de huidige Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en onderdelen van de AWBZ. De gemeenten verzorgen al sinds jaren de uitvoering van de Welzijnswet en Wvg.
In dit artikel geven wij u aan op welke wijze Het Regionaal Alternatief u kan helpen bij het opzetten, implementeren en optimaliseren van de bedrijfsvoering rondom de Wmo, als randvoorwaarde voor een efficiënte en effectieve uitvoering en monitoring van de bestuurlijke keuzes. Daarnaast geven wij in dit artikel weer op welke wijze u de risico's in de Wmo kunt inventariseren en identificeren, begrijpen en analyseren, en uiteindelijk kunt beheersen.
De Wmo in het kort
De invoering van de Wmo maakt deel uit van het pakket aan maatregelen, gericht op de herziening en modernisering van de AWBZ. Met behulp van de Wmo gaan gemeenten zorgdragen voor samenhangend lokaal beleid op gebied van wonen, zorg en welzijn, gericht op maatregelen ter ondersteuning van burgers die niet in goed staat zijn in bepaalde situaties zelf of met anderen oplossingen voor hun situatie te realiseren. ‘Niemand aan de kant' is hierbij het motto; alle burgers moeten aan de samenleving kunnen deelnemen.
Door middel van de Wmo worden de bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van maatschappelijke ondersteuning in één wet neergelegd, waarmee de samenhang tussen de verschillende activiteiten en de transparantie van het beleidsproces worden bevorderd. Hierbij is gekozen voor een maximale beleidsvrijheid voor gemeenten.
Naast de genoemde bestuurlijk organisatorische redenen is de beheersing van de stijging van de AWBZ-uitgaven een belangrijk doel van de modernisering van de huidige wetgeving. Zonder adequate beheersingsmaatregelen zullen genoemde uitgaven in 2020 zijn verdubbeld tot circa 7,4% van het bruto binnenlands product. Het deel van de taken van de AWBZ dat naar de Wmo zal worden overgeheveld, te weten huishoudelijke verzorging, ondersteuning en activering, AWBZ-vervoer en een aantal specifieke subsidieregelingen, vertegenwoordigt een bedrag van € 1,6 miljard per jaar. Het totale Wmo-budget zal op termijn circa 35% van het totale gemeentefonds uitmaken.
Uitgangspunt organisatie en besturing Wmo
Inmiddels zijn gemeenten zich aan het voorbereiden op de komst van de Wmo. Onder voorbehoud van instemming door zowel Tweede als Eerste Kamer is duidelijk dat de Wmo hoge eisen zal stellen aan de organisatie en de bedrijfsvoering. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de organisatie een middel is om te komen tot eindresultaten en logisch dient te volgen op de gekozen bestuurlijke richting en aanpak. Ofwel, de organisatie volgt de gemeentelijke visie en uitgangspunten inzake de Wmo. Gezien het belang in de totale gemeentebegroting zijn daarnaast de financiële gevolgen voor de gemeente groot.
Relatie tussen risico's en beleidskeuzes
Met betrekking tot de hoogte van de Wmo-uitgaven tasten vele gemeenten in het duister. Toch kan na onderzoek naar oorzaken en achtergronden van de Wmo een aantal oorzaak-gevolg relaties worden benoemd. Om een verklaring te geven voor de uitgaven in het verleden en een schatting van de toekomstige uitgaven te kunnen maken, zal de gemeente allereerst moeten starten met het inzichtelijk maken van de doelgroep. De doelgroep wordt bepaald door zowel demografische factoren als gemeentelijke kenmerken. Het aantal ouderen en gehandicapten en vooral de (verwachte) demografische ontwikkeling hierin is direct van invloed op de vraag naar Wmo-verstrekkingen. Hierbij is tevens van belang of de gemeente nu en/of in de toekomst een centrumfunctie heeft. De omvang en ontwikkeling van de doelgroep vormt de basis voor het bepalen van de trendontwikkeling en geeft een verklaring voor de oorzaken en achtergronden van de ontwikkelingen in het verleden.
De trend in de Wmo-uitgaven kan worden beïnvloed door per gemeente keuzes te maken in de toekenning van voorzieningen, door het bepalen welke verstrekking worden aangeboden in de vorm van individuele en collectieve voorzieningen en de wijze van indiceren.
Door een koppeling van de demografische factoren en de Wmo-uitgaven ontstaat inzicht in de oorzaak-gevolg relatie. Door de ontwikkeling in de demografische factoren in de planning & controlcyclus van de Wmo te volgen blijft inzicht bestaan in de toekomstige ontwikkelingen van de Wmo-uitgaven en heeft de gemeente de mogelijkheid om via beleidswijzigingen bij te sturen. Op deze wijze kan uw gemeente het risico van onbeheersbare Wmo-uitgaven tijdig voorzien, analyseren en door middel van maatregelen zoals een beleidswijziging, beheersen.
De bijdrage van Het Regionaal Alternatief
Na vaststelling van de Wmo-beleid kan de gemeente definitieve vorm geven aan de inrichting van de Wmo-organisatie en de opzet en inrichting van de management informatie. Met de ruime ervaring van de adviseurs van Het Regionaal Alternatief zijn wij in staat u efficiënt en effectief te adviseren over onder meer de volgende onderwerpen:
1.De opzet en implementatie van de administratieve organisatie en interne controle gericht op de rechtmatige verstrekkingen in het kader van de Wmo. De Wmo en de op basis hiervan opgestelde gemeentelijke verordeningen vertalen wij naar een organisatieopzet waarbij interne controlemaatregelen zullen waarborgen dat de verstrekkingen rechtmatig zullen zijn. Ons uitgangspunt daarbij is dat de organisatie tegelijk flexibel en slagvaardig zal kunnen inspringen op actuele ontwikkelingen en veranderingen.
2. Risicomanagement. Uit het bovenstaande blijkt dat het monitoren van de demografische factoren die bepalend zijn voor het inzicht in de ontwikkeling van de Wmo-verstrekkingen, cruciaal is voor het inzicht in de ontwikkeling van de Wmo-uitgaven. Gezamenlijk brengen wij de demografische ontwikkelingen en de relatie met de Wmo-uitgaven in kaart waardoor uw gemeente in staat is het risico van onverwacht stijgende Wmo-uitgaven te beheersen. Door inzicht te verkrijgen in de ‘cost-drivers' van de Wmo, kunt u tijdig bijsturen en indien noodzakelijk een beleidswijziging voorstellen.
3. De Wmo-planning en controlcyclus. De Wmo is ingedeeld in een aantal prestatievelden. Op het niveau van genoemde prestatievelden zal de Raad de te bereiken doelen moeten vaststellen. Op basis van deze doelen zal het College meetbare doelstellingen formuleren die door de ambtelijke organisatie verder worden uitgewerkt in activiteiten. Wij richten uw Wmo-planning en controlcyclus zodanig in dat op elk niveau (ambtelijk, College en Raad) in de organisatie inzicht bestaat in de voortgang van de activiteiten, de realisatie van de doelstellingen en de mate van doelbereiking, alsmede in de onderlinge relatie hiertussen. Hierbij zorgen wij voor de koppeling tussen de te realiseren prestaties en de inzet van middelen waarvan de ontwikkeling van de risico's in de Wmo integraal deel uitmaakt.
De bovengenoemde onderwerpen vormen slechts een deel van onze adviesmogelijkheden. In een persoonlijk gesprek kunnen wij u op maat adviseren zodat de Wmo-implementatie in uw gemeente ‘met zorg en zonder zorgen!' zal verlopen. Neem hiertoe contact op met de vertegenwoordiger van Het Regionaal Alternatief in uw regio.


