Een recent arrest van de Hoge Raad leidde tot onduidelijkheid over de vraag of gemeenten als overheid optreden bij het gelegenheid geven tot parkeren op afgesloten terreinen, parkeerdekken en parkeergarages, of als ondernemer in de zin van de omzetbelasting. Door een wijziging van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting is aan deze onduidelijkheid een einde gekomen. Gemeenten moeten met ingang van 1 juli 2011 btw voldoen over de inkomsten uit het gelegenheid geven tot parkeren in parkeergarages en op parkeerdekken die zijn voorzien van een slagboom. Toch resten er nog enkele vragen.
Besluit staatssecretaris 2004
In het Besluit van 19 februari 2004, nr. CPP 2003/1967M, nam de staatssecretaris van Financiën het standpunt in dat gemeenten handelen als overheid en dus geen btw hoeven te voldoen als zij gelegenheid geven tot parkeren in parkeergarages of op parkeerdekken, en daarvoor een parkeerbelasting heffen. De staatssecretaris was van mening dat een parkeerbelasting alleen kan worden geheven voor het parkeren op binnen de gemeenten gelegen terreinen of weggedeelten die voor het openbaar verkeer openstaan, zoals parkeergarages en parkeerdekken die vrij toegankelijk zijn voor voertuigen. Als er een fysieke barrière zoals een hek of een slagboom aanwezig is, is de parkeergarage volgens de staatssecretaris niet vrij toegankelijk en kan volgens hem geen parkeerbelasting worden geheven. Het parkeren is dan belast met btw.
Arrest Hoge Raad 2010
In het arrest van 15 oktober 2010, nr. 09/01901, V-N 2010/54.21, geeft de Hoge Raad een uitleg aan het besluit van de staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad heeft beslist dat afsluiting van parkeergarages of parkeerdekken met een fysieke barrière zoals een hek of een slagboom niet betekent dat deze parkeergarages of parkeerdekken niet voor het openbaar verkeer openstaan. Volgens de Hoge Raad wordt in het besluit van 19 februari 2004 het vertrouwen gewekt dat gemeenten geen btw hoeven te voldoen over de parkeerbelasting die zij ter zake van het gelegenheid geven tot parkeren in parkeergarages en parkeerdekken heffen op basis van een parkeerbelastingverordening. De Hoge Raad concludeert dat de staatssecretaris in het besluit van 2004 een te beperkte voorstelling heeft gemaakt van de soorten gevallen waarop het besluit van toepassing kan zijn.
Besluit staatssecretaris 2009
Inmiddels is het oude besluit van 2004 ingetrokken bij Besluit van 10 juni 2009, nr. CPP 2009/838M. In dit besluit neemt de staatssecretaris het standpunt in dat gemeenten als overheid optreden als met gebruik van overheidsprerogatieven (in dit geval de mogelijkheid om boetes op te leggen aan ‘foutparkeerders') gelegenheid wordt gegeven tot parkeren van voertuigen op terreinen en weggedeelten die voor het openbaar verkeer openstaan. In dit besluit merkt de staatssecretaris opnieuw op dat parkeergarages en parkeerdekken volgens hem openstaan voor het openbaar verkeer als deze niet door een slagboom of een andere fysieke barrière (al dan niet tijdelijk) van de openbare weg zijn afgesloten. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 2010, wekt ook het besluit van 2009 het vertrouwen dat gemeenten geen btw hoeven te voldoen over de parkeerbelasting die zij ter zake van het gelegenheid geven tot parkeren in parkeergarages en parkeerdekken heffen op basis van een parkeerbelastingverordening.
Regeling vanaf 1 juli 2011
Op 1 juli 2011 treedt de nieuwe regeling - op 18 maart 2011 in de Staatscourant gepubliceerd - in werking. Met ingang van die datum luidt artikel 3 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968: Publiekrechtelijke lichamen worden als ondernemer aangemerkt met betrekking tot het geven van gelegenheid tot parkeren waarbij een fysieke barrière ter verzekering van de betaling van het parkeergeld dient. In de toelichting op de invoering van de nieuwe regeling merkt de staatssecretaris van Financiën op dat deze is bedoeld om te verzekeren dat gemeenten op aangifte btw moeten voldoen voor het gelegenheid geven tot het zogenoemde slagboomparkeren.
Vragen
De nieuwe regeling roept een aantal vragen op die het ministerie van Financiën nog niet heeft beantwoord. Zo is niet duidelijk of er btw moet worden geheven als de fysieke barrière niet is aangebracht om betaling van het parkeergeld te verzekeren, maar om andere redenen. Ook is niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor de in het kader van het btw-compensatiefonds geclaimde investerings-btw bij overgang van overheidssfeer naar ondernemerssfeer.
Hans Wiersma is werkzaam bij de Jong & Laan. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u bij hem terecht. Maar ook zijn collega's bij een van de andere bij Het Regionaal Alternatief aangesloten kantoren helpen u graag verder.
maart 2011
[TV1]check svp


