De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) bevat een aantal fiscale regelingen waarmee de overheid technologische vernieuwing wil stimuleren. Met behulp van deze regelingen kan iedereen die zich bezighoudt met de ontwikkeling van producten, programmatuur of met het ontwikkelen van een eigen productieproces, voor subsidie in aanmerking komen. Ook non-profit en overheid.
Met ingang van 1 januari 2009 is de WBSO uitgebreid. Die is sindsdien ook van toepassing op werkzaamheden die gericht zijn op het op technisch nieuwe wijze laten samenwerken of integreren van bestaande programmatuur die binnen de eigen activiteiten is ontwikkeld of wordt toegepast.
Voorwaarden afdrachtvermindering Speur- en Ontwikkelingswerk
Onder Speur- & Ontwikkelingswerk (S&O) worden werkzaamheden verstaan die in een lidstaat van de Europese Unie systematisch georganiseerd worden verricht, en die direct en uitsluitend gericht zijn op:
1. Technisch wetenschappelijk onderzoek.
2. De ontwikkeling van voor de werkgever technisch nieuwe fysieke producten, fysieke productieprocessen of programmatuur, dan wel onderdelen van voornoemde producten.
3. Het uitvoeren van een systematisch opgezette analyse van de technische haalbaarheid van het zelf verrichten van S&O.
4. Het uitvoeren van technisch onderzoek naar een substantiële wijziging van een productiemethode of van modellering van processen, indien dit kan leiden tot een significante verbetering van het productieproces of van programmatuur die reeds door de werkgever werd toegepast.
Voor de toepassing van de afdrachtvermindering S&O is een S&O-verklaring (de WBSO-verklaring) noodzakelijk. Deze verklaring moet bij Agentschap NL (voorheen: SenterNovem) worden aangevraagd. Zowel ondernemers als niet-ondernemers kunnen de verklaring aanvragen. Voor niet-ondernemers geldt dat zij de S&O-werkzaamheden dienen te verrichten voor een Nederlandse onderneming, een samenwerkingsverband van Nederlandse ondernemingen of een Nederlands product- of bedrijfschap - bijvoorbeeld een (universitaire) onderzoeksinstelling.
In het algemeen moet voor het verkrijgen van een S&O-verklaring een project aan de volgende voorwaarden voldoen:
1. De organisatie moet de S&O-werkzaamheden zelf organiseren.
2. De technologische ontwikkeling moet nieuw zijn voor de organisatie.
3. Er dienen technische knelpunten bij de ontwikkeling aanwezig te zijn.
4. De S&O-werkzaamheden moeten nog gaan plaatsvinden. De verklaring moet dus altijd vooraf worden aangevraagd.
Een werkgever kan in 1 kalenderjaar voor maximaal 3 perioden een aanvraag indienen. Deze perioden moeten minimaal 3 maanden beslaan, en er geldt een maximum van 6 maanden. De verklaring kan onder bepaalde voorwaarden voor een heel jaar worden verkregen. De aanvraag moet altijd uiterlijk 1 maand voor het begin van de periode bij Agentschap NL worden ingediend.
Loonbelastingvoordeel van de afdrachtvermindering S&O
De afdrachtvermindering S&O is geregeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). De regeling heeft tot gevolg dat een werkgever een vermindering krijgt op de af te dragen loonheffingen (loonbelasting en premie volksverzekeringen). De werkgever hoeft minder loonbelasting en premie volksverzekeringen af te dragen dan in de aangifte loonbelasting is aangegeven. De vermindering heeft alleen effect op de af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen door de werkgever: het is een betalingskorting. De regeling heeft geen effect op de inhouding van de loonheffing op het loon van de werknemer. Deze inhouding blijft ongewijzigd.
In het jaar 2010 bedraagt de afdrachtvermindering S&O 50% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat betrekking heeft op S&O-werk tot een maximumloonsom van € 220.000. Boven dit bedrag geldt een afdrachtvermindering van 18% van het meerdere. In 2010 is sprake van een tijdelijke verhoging van de drempel en de percentages. In 2011 bedraagt de afdrachtvermindering naar verwachting 46% over de eerste € 220.000 en 16% over het meerdere (Belastingplan 2011).
Voor starters geldt een hoger percentage voor de afdrachtvermindering. In 2010 is dit 64%, in 2011 naar verwachting weer 60%. Starters zijn ondernemingen die één of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen werkgever zijn geweest en die in deze jaren niet meer dan tweemaal de afdrachtvermindering voor S&O hebben toegepast. De afdrachtvermindering bedraagt per inhoudingsplichtige in 2010 maximaal € 14.000.000. In het jaar 2011 bedraagt het plafond naar verwachting € 11.000.000 (Belastingplan 2011).
Het S&O-loon wordt bepaald door het verwachte aantal S&O-uren te vermenigvuldigen met het gemiddelde S&O-uurloon. Het gemiddelde S&O-loon wordt berekend op basis van de gegevens die zijn opgenomen in de polisadministratie van het UWV, die zijn ontleend aan de aangiften loonheffingen van het jaar 2008. Dit wordt door Agentschap NL berekend. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat de werkgever de burgerservicenummers (BSN) van de medewerkers doorgeeft die in 2008 S&O-werk hebben verricht. Mocht er in het jaar 2008 geen S&O-werk verricht zijn, dan zal een forfaitair uurloon van € 29 gehanteerd worden.
De afdrachtvermindering wordt met de af te dragen loonbelasting verrekend. De afdrachtvermindering mag echter nooit leiden tot een negatieve aangifte. Onder omstandigheden kan de korting namelijk hoger zijn dan het bedrag van de inhoudingen. In dat geval is de afdrachtvermindering gelijk aan het totale bedrag van de inhoudingen. Het overschot kan helaas niet worden verrekend met een volgende aangifte.
Ten slotte gelden er nog diverse formaliteiten indien minder uren aan S&O-activiteiten worden verricht dan volgens de afgegeven S&O-verklaring, en bij beëindiging van de activiteiten. Ook zijn er specifieke administratieve verplichtingen van toepassing waarmee te allen tijde rekening moet worden gehouden.
Cijfervoorbeeld afdrachtvermindering S&O
Stel dat een onderneming een nieuw project start. Hiervoor wordt een S&O-verklaring door Agentschap NL afgegeven. Naar verwachting zijn met dit project € 300.000 aan S&O-loonkosten gemoeid. De afdrachtvermindering bedraagt dan € 124.400 (50% van € 220.000 + 18% van € 80.000). Dit is het maximale voordeel dat met behulp van de afdrachtvermindering kan worden behaald, waarbij uiteraard nog rekening moet worden gehouden met de daadwerkelijk berekende loonbelasting die zonder de afdrachtvermindering in totaal verschuldigd zou zijn.
Het project heeft een looptijd van 5 maanden. De afdrachtvermindering mag alleen worden toegepast over aangiftetijdvakken die eindigen in de periode van de S&O-verklaring. In de betreffende tijdvakken mag een maximaal evenredig gedeelte van het ongebruikte bedrag van de S&O-verklaring worden verrekend. Indien de S&O-verklaring voor 5 maanden is afgegeven en er sprake is van maandaangiften, bedraagt de maximale maandelijkse afdrachtvermindering in dit voorbeeld € 24.880 (€ 124.400 / 5 maanden).
Indien in een tijdvak normaal gesproken bijvoorbeeld € 30.000 aan loonheffingen verschuldigd zou zijn, dan bedraagt de af te dragen loonheffing na toepassing van de maximale afdrachtvermindering nog maar € 5.120 (€ 30.000 -/- € 24.880). Mocht later blijken dat de verwachte uren hoger zijn dan het aantal daadwerkelijk gerealiseerde S&O-uren, dan zal er, afhankelijk van het aantal, achteraf nog een correctie kunnen volgen.
Slotopmerkingen
De afdrachtvermindering zorgt voor een vermindering op de af te dragen loonheffingen. Hierdoor kan een aanzienlijke besparing op de loonlasten worden behaald. De afdrachtvermindering mag echter alleen worden toegepast nadat er door Agentschap NL een S&O-verklaring is afgegeven.
Thomas Vermeulen is werkzaam als belastingadviseur bij de ESJ Accountants & Belastingadviseurs. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u bij hem terecht. Maar ook zijn collega's bij een van de andere bij Het Regionaal Alternatief aangesloten kantoren helpen u graag verder. Voor contactinformatie klik hier.
November 2010


