Verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting. Maar niet in alle gevallen van terbeschikkingstelling van onroerende zaken is er ook werkelijk sprake van verhuur. Zo wordt de terbeschikkingstelling van bijvoorbeeld gymzalen (veelal) gezien als het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Deze dienst is - in tegenstelling tot het verhuren van onroerende zaken - niet vrijgesteld van omzetbelasting, maar belast tegen het 6%-tarief. Maar in hoeverre geldt deze regeling voor alle sportaccommodaties?
Binnen- en buitensport
Een sportaccommodatie is een onroerende zaak die is ingericht voor de actieve sportbeoefening. Indien daar gelegenheid wordt gegeven tot sportbeoefening, is er sprake van een belaste dienst en niet van een vrijgestelde dienst. Dit hoeft echter niet nadelig te zijn. Want bij een belaste dienst bestaat het recht op aftrek van voorbelasting. Omdat de investeringen in onroerende zaken vaak hoog zijn en de diensten slechts belast zijn tegen 6%, is het in veel gevallen zelfs voordeliger! Het kan daarom voordelig zijn om de voorwaarden waaronder een sportaccommodatie ter beschikking wordt gesteld zodanig aan te passen, dat er sprake is van het gelegenheid geven tot sportbeoefening.
In de praktijk ging men er van uit dat er bij de terbeschikkingstelling van buitensportaccommodaties (bijvoorbeeld voetbal- en hockeyvelden) veelal sprake zou zijn van een vrijgestelde verhuur, vanwege de daarbij geldende voorwaarden. Recent heeft de rechtbank Breda echter een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling van buitensportaccommodaties in veel gevallen toch gezien dient te worden als het gelegenheid geven tot sportbeoefening.
Geven van gelegenheid tot sportbeoefening
In Nederland wordt sinds 1 januari 2002 gelegenheid geven tot sportbeoefening tegen het verlaagde btw-tarief van 6% belast. Dit is volgens de staatssecretaris van toepassing indien aan de volgende vereisten wordt voldaan:
- Het gebruik van de accommodatie door de gebruiker is beperkt tot het daarin beoefenen van sport.
- De gebruiker gebruikt de accommodatie om zelf te sporten dan wel om anderen onder zijn/haar leiding te laten sporten.
- Het onderhouden, schoonmaken of beveiligen van de accommodatie wordt verzorgd door of in naam van de verhuurder.
- Niet alleen de accommodatie moet ter beschikking staan aan de gebruiker, maar ook de attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van sport moeten ter beschikking worden gesteld.
- Er dienen aanvullende voorzieningen aanwezig te zijn. Te denken valt aan kleed- en doucheruimte en sanitaire voorzieningen.
Bij het ter beschikking stellen van een buitensportaccommodatie wordt veelal niet voldaan aan bovenstaande voorwaarden. Dit betekent dat er geen sprake zou zijn van het gelegenheid geven tot sportbeoefening.
De rechtbank over buitensportaccommodaties
Uit de hierboven genoemde uitspraak van de rechtbank Breda blijkt echter dat er ook sprake kan zijn van het gelegenheid geven tot sportbeoefening indien niet aan al deze voorwaarden wordt voldaan. Dan moet de betrokkenheid van de verhuurder (in dit geval de gemeente) bij wat er op de sportaccommodatie gebeurt, verdergaan dan wat van een verhuurder verwacht mag worden. De rechtbank verwijst in haar oordeel naar een uitspraak van het Hof van Justitie, waarin werd overwogen dat er slechts sprake is van verhuur, indien de huurder over het onroerend goed kan beschikken als ware hij eigenaar van het goed. Maar als de verhuurder van een accommodatie (meestal een gemeente) vérgaande beperkingen en voorwaarden stelt, zal de huurder niet kunnen beschikken over het onroerend goed als ware hij eigenaar.
In de onderhavige zaak was er volgens de rechtbank sprake van zulke beperkingen en voorwaarden. Want de gemeente had onder meer in de algemene voorwaarden opgenomen dat de sportbeoefening in gepaste kleding en onder een door de gebruiker aangewezen verantwoordelijke leider plaats moest vinden. Ook heeft de gemeente, aldus de rechtbank, voldaan aan haar onderhoudsverplichting door met enige regelmaat toezicht en onderhoud te plegen, bijvoorbeeld door een wekelijkse legionellaspoeling. Het feit dat de gemeente het dagelijkse onderhoud heeft uitbesteed aan de gebruiker, doet volgens de rechtbank dan niet ter zake.
Conclusie
Gelet op de uitspraak van de rechtbank Breda is het zinvol de voorwaarden en beperkingen waaronder buitensportaccommodaties ter beschikking worden gesteld opnieuw te bekijken. De mogelijkheid bestaat dat er zodanige beperkingen en voorwaarden zijn gesteld, dat de gebruikers niet over de sportaccommodatie kunnen beschikken als waren zij eigenaar. Dan kan er sprake zijn van een belaste dienst tegen het verlaagde tarief, namelijk gelegenheid geven tot sportbeoefening. Hierdoor kan de verhuurder (veelal een gemeente) alle voorbelasting die aan haar in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Dat kan een voordeel opleveren voor de gemeente. De dienst van de gemeente is namelijk slechts belast tegen 6%, en de in rekening gebrachte omzetbelasting op de investeringen/kosten is veelal 19%.
Mocht u naar aanleiding van dit artikel meer willen weten, neem dan contact op met een van de partners van Het Regionaal Alternatief.


