'De regionale accountant, ook voor non-profit organisaties'

Omzetbelasting bij Gemeentelijke instellingen

Jeroen Witteveen

De behandeling van de omzetbelasting bij een gemeentelijke instelling kent een aantal complexe facetten, en het vergt specialistische expertise en begeleiding om ongewenste verrassingen te voorkomen. In de eerste plaats is het van belang te onderkennen welke prestaties (de omzet) tegen welk tarief belast zijn, en welke prestaties vrijgesteld zijn. In dit artikel passeren een aantal specifieke facetten de revue.

 

De gevolgen van omzetbelasting voor subsidie

Bij een gemeentelijke instelling is vaak sprake van een subsidie van de gemeente. Het is wenselijk om deze subsidie buiten de omzetbelasting te houden, omdat anders over deze bate omzetbelasting afgedragen dient te worden. Dat zou de beschikbare middelen kunnen uithollen. Het is daarom van belang om op voorhand, zo mogelijk in overleg met de gemeente, de subsidieregeling zodanig in te richten dat de subsidie buiten de heffing kan blijven. Wel moeten mogelijke consequenties worden onderzocht, om eventuele onaangename verrassingen naderhand bij een boekenonderzoek van de belastingdienst te voorkomen.

Om te bepalen of over een subsidie omzetbelasting verschuldigd is, moet vastgesteld worden of door de subsidieontvanger een prestatie wordt verricht waarvoor de subsidie een vergoeding vormt. De uitkomst hiervan zal per situatie kunnen verschillen. Door het ministerie van Financiën is bepaald dat geen omzetbelasting is verschuldigd wanneer door de overheid een subsidie wordt verstrekt aan een eigen, onzelfstandig onderdeel. Daarnaast zijn subsidies niet belast voor zover er sprake is van een budgetsubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt voor de algehele bedrijfsvoering van een subsidieontvanger, waarbij tussen partijen eventueel afspraken worden gemaakt. Hierbij kan worden gedacht aan een gemeente die aan een instelling een subsidie verstrekt om een bepaald minimumniveau aan dienstverlening door de instelling mogelijk te maken.

Indien echter een prijssubsidie wordt verstrekt, is er over de subsidie wel omzetbelasting verschuldigd. Een prijssubsidie is aanwezig als de subsidie wordt gegeven om een specifieke levering of dienst mogelijk te maken. Hierbij is een direct verband tussen de prijs en de subsidie van belang.

 

Samenloop van belaste en vrijgestelde prestaties
Bij een gemeentelijke instelling kan sprake zijn van een samenloop van belaste en vrijgestelde prestaties voor de omzetbelasting. Voor zover prestaties zijn vrijgesteld, bestaat ook geen recht op verrekening van voordruk omzetbelasting ten aanzien van de hieraan gerelateerde kosten. Wanneer dit aan de orde is, is het noodzakelijk om de te verrekenen voordruk stelselmatig te bepalen volgens een aanvaardbare methode. Daarbij is het uiteraard wenselijk om, binnen de mogelijkheden, een zo gunstig mogelijke methode te bepalen om de verrekening van voordruk te optimaliseren.

De verrekenbaarheid van de voorbelasting ten aanzien van kosten die direct betrekking hebben op één van de activiteiten is afhankelijk van de behandeling van de omzetbelasting ter zake van de opbrengsten van deze activiteit. Dit is een vrij duidelijke relatie maar vergt wel een administratie die hierop ingesteld is.

De te verrekenen voordruk van de algemene indirecte kosten zal moeten worden bepaald naar rato van de verhouding belaste versus onbelaste omzet. De vraag is nu welke verdeelsleutel hiervoor moet worden bepaald. Soms kan eenvoudig worden volstaan met de omzetverhouding in bedragen. Maar soms is deze verhouding niet maatgevend en is bijvoorbeeld de verhouding belast gebruik van een pand versus onbelast gebruik een betere maatstaf. Het is raadzaam om een realistische maar tevens een optimale verdeelsleutel vast te stellen waardoor zoveel mogelijk voordruk verrekend kan worden.
Een mooi praktijkvoorbeeld is de verrekening van de voordruk bij een theater. Daar is naast belaste prestaties (theater) ook sprake van onbelaste prestaties (muziekonderwijs aan leerlingen tot 21 jaar, verhuur). Tijdens de bouw was de toekomstige omzetverhouding nog niet bekend, terwijl het wel van belang was om de voordruk op de stichtingskosten zoveel mogelijk te kunnen verrekenen. Een verdeling op basis van vierkante meters zou een relatief ongunstige verhouding opleveren. Daarom is toen vooraf met de belastingdienst overeengekomen om de voordruk te verrekenen op basis van het aantal kubieke meters benut voor belaste prestaties ten opzichte van het aantal kubieke meters benut voor onbelaste prestaties. Deze benadering is realistisch maar geeft tegelijkertijd ook een gunstige verdeling voor de verrekening van de voordruk op indirecte/algemene kosten. De verdeelsleutel is praktisch en gunstig voor het theater en ook op voorhand afgestemd met de belastingdienst. In elke specifieke situatie zal naar een dergelijke verdeelsleutel gezocht dienen te worden.

 

Overleg met de belastingdienst

In voorkomende gevallen kan het raadzaam zijn om op voorhand tot afstemming met de belastingdienst te komen. Een boekenonderzoek door de belastingdienst achteraf kan immers tot zeer onaangename situaties leiden. Om in de toekomst geen naheffingsaanslagen omzetbelasting te riskeren dient er zekerheid verkregen te worden over de acceptatie door de fiscus van de gevolgde methode, bijvoorbeeld door de fiscus vooraf om goedkeuring te vragen.

 

 

Jeroen Witteveen is is werkzaam bij Blömer. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u bij hem terecht. Maar ook zijn collega's bij een van de andere bij Het Regionaal Alternatief aangesloten kantoren helpen u graag verder. Voor contactinformatie klik hier.

 

Mei 2010

 

« terug naar het overzicht