'De regionale accountant, ook voor non-profit organisaties'

Slechts 5% vennootschapsbelasting over een nieuw goed idee

Thomas Vermeulen

Kennis wordt steeds belangrijker. Vandaar dat de Nederlandse overheid actief kennis en ontwikkeling wil stimuleren. Daarom is al sinds januari 2007 in de Wet op de vennootschapsbelasting een faciliteit opgenomen ter stimulering van innovatie, onderzoek en ontwikkeling. Eerst was deze regeling alleen bruikbaar voor kennisontwikkeling waarvoor een octrooi of kwekersrecht kon worden aangevraagd. Sinds januari 2010 is de regeling aangepast en ‘innovatiebox' gedoopt, als opvolger van de octrooibox. En nu is het, naast een regeling voor octrooi en kwekersrecht, ook mogelijk van de regeling gebruik te maken met een zogenoemde Speur en Ontwikkelings (S&O)-verklaring.

 

Door deze versoepelingen kan de innovatiebox in veel meer situaties worden gebruikt, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een nieuw stuk software. Als de innovatiebox van toepassing is, dan worden winsten die worden behaald met het nieuwe idee voortaan niet meer belast tegen de gewone tarieven in de vennootschapsbelasting (20%-25%), maar tegen een tarief van slechts 5%.

‘Zijn wij wel belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?'

Vennootschappen zoals bv's en nv's zijn altijd belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Maar ook stichtingen en verenigingen kunnen onder de vennootschapsbelasting vallen. Hiervan is vaak al sneller sprake dan zou worden verwacht. De ontwikkeling en daaropvolgende verhuur van bijvoorbeeld computersoftware kan zeker een onderneming vormen en daardoor leiden tot belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Voor een verdere uitwerking kunt u het artikel op de site van Het Regionaal Alternatief lezen genaamd: Vennootschapsbelasting en not-for-profit organisaties, belastingplicht van stichtingen en verenigingen. Vennootschapsbelasting is daarom vaak een reële kostenpost. Een tariefsverlaging van 20%-25% naar 5% is dan zeer welkom.

Voorwaarden voor de innovatiebox

De innovatiebox wordt op verzoek toegepast. Om van deze faciliteit gebruik te kunnen maken, gelden de volgende voorwaarden:

  • De instelling moet rechthebbende worden tot een zelfstandig kennispakket (ook wel een immaterieel activum genoemd).
  • Voor het ontwikkelde immateriële activum is:
  • o achteraf een octrooi of buitenlands patent verkregen;
  • o tevoren een S&O-verklaring door Agentschap NL (voorheen: SenterNovem) afgegeven.

Aanvullende voorwaarde voor een octrooi of kwekersrecht:

  • Het inkomen dat met het activum wordt behaald, moet voor ten minste 30% het directe gevolg zijn van het verleende octrooi.

Aanvullende voorwaarden voor een S&O-verklaring bij Agentschap NL:

  • De onderneming moet de S&O-werkzaamheden voor minimaal 50% zelf organiseren of de onderneming moet hieraan leiding geven c.q. de ontwikkeling coördineren.
  • De technologische ontwikkeling moet nieuw zijn voor de organisatie.
  • Er dienen technische knelpunten bij de ontwikkeling aanwezig te zijn.
  • De S&O-werkzaamheden moeten nog gaan plaatsvinden. De verklaring moet dus altijd vooraf worden aangevraagd.

Gekochte kennis komt dus niet in aanmerking voor de innovatiebox. Ook geldt de innovatiebox niet voor merken, logo's en dergelijke zaken.

Fiscaal voordeel van de innovatiebox

Het voordeel van de innovatiebox is groot. De winst die met het immaterieel vast activum wordt behaald, wordt dan effectief tegen een vennootschapsbelastingtarief van 5% belast. Het tarief van 5% is ook van toepassing bij een eventuele toekomstige verkoop van het immateriële activum. De verkoopwinst is hierdoor ook tegen slechts 5% belast.

Het tarief van 5% is van toepassing vanaf het moment dat de opbrengsten de (voortbrengings)kosten van de kennis overtreffen. Hierdoor is er sprake van een ingroeiregeling. Zolang de opbrengsten minder bedragen dan de voortbrengingskosten, blijft op de opbrengsten het reguliere tarief van 20%-25% van toepassing. Ook dit is een voordeel. Dit betekent namelijk dat voortbrengingskosten direct ten laste van de winst kunnen worden afgetrokken tegen het reguliere tarief van 20%-25%. Als hoofdregel geldt namelijk dat dergelijke kosten in één keer mogen worden afgeschreven. Wel is het dan nodig om de kosten in de administratie apart bij te houden.

Eventuele innovatieverliezen vallen niet onder het effectieve tarief van 5%. Deze verliezen zijn verrekenbaar met de overige winsten van de onderneming tegen het gewone tarief van 20%-25%.

De innovatiebox mag zoals gezegd op verzoek worden toegepast. Dit verzoek moet in de aangifte vennootschapsbelasting worden gedaan.

Cijfervoorbeeld innovatiebox

Het fiscale voordeel van de innovatiebox kan het beste met een cijfervoorbeeld worden toegelicht.

Stel dat de voortbrengingskosten van ontwikkelde kennis in 2011 in totaal € 400.000 bedragen. In 2012 worden met behulp van deze kennis nieuwe activiteiten ontplooid. In het eerste jaar (2012) wordt hiermee een verlies van € 100.000 geleden. In 2013 is sprake van een winst van € 200.000 en in 2013 en 2014 bedraagt de winst € 400.000.

In beginsel is de drempel gelijk aan de voortbrengingskosten van € 400.000. Hierbij moet in 2012 het verlies van € 100.000 worden opgeteld, zodat de boxdrempel per 31 december 2012 € 500.000 bedraagt. Zowel de voortbrengingskosten als het verlies kunnen in 2011 en in 2012 tegen het reguliere tarief van 20%-25% in aftrek worden gebracht. De winst uit het jaar 2013 (€ 200.000) wordt tegen het reguliere tarief in de heffing betrokken. De boxdrempel bedraagt dan nog € 300.000 (€ 500.000 -/- € 200.000). De winst van het jaar 2014 wordt gedeeltelijk tegen het reguliere tarief (€ 300.000) en gedeeltelijk tegen het innovatietarief van 5% (€ 100.000) in aanmerking genomen. Vanaf het jaar 2015 wordt het volledige bedrag van de winst € 400.000 tegen het effectieve tarief van 5% in aanmerking genomen.

 

Jaar

 

Fiscaal resultaat

 

Vpb normaal

 

Vpb innovatie-

 

Voordeel

 

 

 

boekjaar

 

tarief (20-25%)

 

box (5%)

 

innovatiebox

 

2011

 

-400.000

 

0

 

0

 

0

 

2012

 

-100.000

 

0

 

0

 

0

 

2013

 

200.000

 

0

 

0

 

0

 

2014

 

400.000

 

20.000

 

5.000

 

15.000

 

2015

 

400.000

 

90.000

 

20.000

 

70.000

 

Bij het cijfervoorbeeld heb ik aangenomen dat deze vennootschap verder geen inkomsten of kosten heeft. In dat geval kunnen de fiscale verliezen uit 2011 (€ 400.000) en 2012 (€ 100.000) volledig worden verrekend met de resultaten uit 2013 (€ 200.000) en 2014 (tot een bedrag van € 300.000). Op deze verliezen en winsten is het normale tarief van toepassing, maar per saldo is er als gevolg van verliesverrekening geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Vanaf 2014 wordt een gedeelte van de winst (€ 100.000) tegen het innovatietarief van 5% in aanmerking genomen (mits natuurlijk in het jaar 2010 is gekozen voor toepassing van de innovatiebox). Hetzelfde geldt voor de winst van het jaar 2015.

 

Thomas Vermeulen is belastingadviseur bij ESJ Accountants & Belastingadviseurs. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u daar of bij een van de andere bij Het Regionaal Alternatief aangesloten kantoren terecht. Wij helpen u graag verder

« terug naar het overzicht